Coachmomenten

Hector JO 17 Coach+momenten+Balbezit+tegenstander+(verdedigen)+Balbezit+(aanvallen)

 

  • Bij balverlies is de voorste linie is degene die het balverlies leidt de eerste verdediger. 
  • Indien de opbouw via de zijkant gaat, bijv. richting 5, knijpt de 2 automatisch naar binnen. Hier op aansluitend gaan er nooit meer dan 2 middenvelders mee in de aanval. De derde speelt controlerend, aanval via links knijpt de rechter middenvelder naar binnen.
  • De spits moet aangeven; komen of gaan: opkomende middenvelder krijgt deze info van de aanvaller!
  • Denk in de laatste linie altijd 5 seconden vooruit! Binnen 5 seconden kan de bal vanaf elke positie achter je laatste linie liggen. (restverdediging)
  • 3 en 4 aanspeelbaar voor elkaar in de opbouw om gedwongen inspeelpasses te voorkomen. Keeper doet mee in het positiespel!
  • De voorste drie nooit op 1 lijn, dit om aanspeelbaar voor elkaar te zijn. Hetzelfde geldt uiteraard voor de overige linies.
  • Bij dode momenten zo snel mogelijk die bal pakken en kijken. Onderweg al bezig zijn met hoe alles bij jou team en de tegenstander staat. Tijd nemen kan altijd nog.
  • Bij druk op de bal zetten is het noodzakelijk dat je indien mogelijk eerst tussen 2 tegenstanders in komt en dan snel doordekt. Coaching belangrijk!
  • Moment van breed spelen bij de tegenstander is het moment van druk; enkel druk zetten op het moment dat er geen lang gegeven kan worden. 
  • Pas reageren als de bal komt!!! Reactievoetballers. Derde man worden begint eerder, 1 stap vooruit denken! 
  • Bij druk zetten in de voorste linie probeer te dubbelen. De gouden regel mis dan ook als er 1 speler wat doet zal de rest daar op moeten reageren. Als de linksvoor druk zet bijvoorbeeld, moet ook de rechtsachter daar op reageren
  • Bij inworpen van de tegenstander op de andere helft, hebben wij als regel: Die bal is voor ons. Achter gestaffeld staan (diepte eruit halen) maar wel 1:1. Dus veel spelers rond die bal.
  • Aanvallers die in de bal komen maken er vaak een hardloopwedstrijd van. Dit jaar wordt er veelvuldig getraind op uit je looplijn komen op snelheid.
  • Basis van veel inspeelpasses is het oogcontact en van daaruit beslissen. Een gezamenlijke beslissing maakt de kans van een goede spelverplaatsing veel groter.  
  • Aanvallers probeer vanuit de rug van de tegenstander in de bal te komen
  • Ook dit seizoen wordt er veel getraind op het afschermen van de bal. De armen leren gebruiken, bal bij het verste been. De truc bal laten zien, tegenstander als scharnier gebruiken en de juiste kant inspelen zijn hierbij van belang. Hoe ben ik aanspeelbaar met een directe tegenstander in de rug.  
  • Bij balbezit tegenstander zal men in alle linies moeten proberen gestaffeld te staan. Op deze manier is er overal rugdekking!
  • Voorvoeten, sta je veelvuldig op je voorvoeten dan ben je in staat om sneller te reageren en anticiperen.  
  • Schuin in de bal komen geeft voor de middenvelders het voordeel dan ze gemakkelijker kunnen doorbewegen.
  • Let erop dat je niet in 1 tempo speelt. Na de aanname bijv. een versnelling.  
  • Beide benen leren gebruiken bij de aannames. Scheelt tijd
  • Spits loop de inspeelpass eruit richting de mid mid van de tegenstander.
  • Laatste linie bij dood momenten veld klein en toch rugdekking? Stap centraal achteruit op moment van aanloop tegenstander
  • Als je als buitenspeler vraagt met de lijn in je rug heb je beter overzicht.
  • Als de keeper lang geeft is het een kwaliteit om die 2e bal te winnen. Dit heeft te maken met startende middenvelders, maar ook met positie kiezen. Vaak zie je spelers doorlopen richting de koppende tegenstander
  • Overslaan in de opbouw heeft mijn voorkeur; inspeelpasses over de grond richting de aanvallers en dan de middenvelder eronder komen. Dit heeft als voordeel dat je bij balverlies meer mensen achter de bal hebt.
  • Bij veelvuldig buitenspel lopen zal je moeten bewegen in de breedte.
  • Middenvelders in de opbouw nooit tussen de bal en de aanvallers!…..driehoek.
  • Ten aller tijde gaat de aanvallende aanname voor op de verdedigende.
  • Corners gestaffeld in komen lopen met altijd een speler voor de keeper
  • Actie na de actie, te vaak staan spelers stil na de pass, actie na de actie is niet per definitie vooruit! 
  • Inworpen andere heft voor WVV; of we laten de lijn open; of we switchen.
  • Bij balbezit tegenstander aanvallers zolang mogelijk nuttig blijven. Loop je voor de bal bij balbezit tegenstander dan ben je voor je team nutteloos.
  • 1:1 met doelverdediger; Jari Litmanen
  • De derde man moet starten met de vooractie op het moment dat de bal richting speler 2 lijkt te gaan.
  • Bij ruimte, 4 pak meters zodat de aanvallers bereikbaar zijn. Bij balverlies sta je er eveneens dichterbij.
  • Op het middenveld bijna altijd doordekken! het positiespel bij balbezit tegenstander is hierbij van belang!
  • Altijd 3e man of vrije ruimte/oplossing in beeld voor de aanname.
  • Slim druk zetten; analyseer je tegenstander in de openingsfase; hoe is zijn aanname, links of rechtsbenig etc. Van daaruit bepalen hoe je druk zet. Laat ze wel inspelen dus goed staan is belangrijk.
  • Aannemen doorbewegen, vanuit stilstand een bal aannemen lijdt ophogen niveau tot balverlies.  
  • Tegendraadse aanname, bal aannemen tegen de looprichting van de tegenstander in.
  • Balsnelheid, hoe hoger hoe meer tijd je medespeler heeft.
  • Zorg dat je voor de balaanname de derde man is beeld hebt zodat je de aanname gelijk goed weglegt
  • Bij de aanname gelijk door kunt draaien naar de desbetreffende medespeler.
  • Bal as zijkant, balbezit bij een speler uit de as betekent voor de rest veld groot maken.
  • Bij een vooractie, kom uit je looplijn en maak er geen hardloopwedstrijd van, doe je dit goed kun je gelijk opendraaien.
  • Open staan zodat je bij ruimte de bal met het buitenste been aan kunt nemen en met het andere been gelijk mee kunt nemen.
  • Open in de bal komen zodat je zelf beter kunt zien of je kunt draaien.
  • Medespelers op het juiste been inspelen, het liefst richting de derde man. Vaak houdt dit in; inspelen op het ‘buitenste been’.
  • Dus eigenlijk nooit in de voet maar of voor de man, of aan de andere kant dan waar de tegenstander zich bevindt.
  • Actie na de actie, als je de bal gespeeld hebt gelijk doorbewegen, dit hoeft niet per se vooruit te zijn!
  • Speler in balbezit ondersteunen, altijd klaar staan om derde man te worden.
  • Bij druk op de bal zetten altijd tussen 2 man in naar de bal toe, indien mogelijk dubbelen…Voorste dekt vol door, achterste coacht en geeft rugdekking.
  • Kijken kijken kijken, een speler moet continu voorbereidt zijn op balbezit. Voordat de bal in zijn richting komt zijn alle opties in beeld. Prachtig om te coachen:” iedereen kan zien of een speler goed kijkt!
  • Balsnelheid, hoe strakker de pass richting een medespeler, hoe meer tijd om te zoeken naar een afspeelmogelijkheid. Balsnelheid in hoe hoger het niveau hoe bepalender voor de wedstrijd.
  • Beide benen gebruiken: de handelingssnelheid gaat omhoog als bijvoorbeeld de aanname met links gelijk voor het rechterbeen gelegd wordt.
  • Zo ook bij het doordraaien; open staan, ene been aannemen en in de draai gelijk met andere been meenemen. Dit verhoogd dermate de handeling dat er weer tijdwinst plaats vindt voor de vervolgactie.
  • Probeer schuin in de bal te komen zodat je kunt doorbewegen…
  • Spits/ mid mid probeer vanuit de rug van de tegenstander in de bal te komen
  • Bij corners een blok zetten voor de inlopende speler met een goed schot
  • Bij balverlies degene die het dichtst bij staat gelijk druk zetten op de bal, dit leidt vaak tot een snelle herovering.
  • Aanvallers die nooit stil staan zijn moeilijker te verdedigen. ,,,
  • Bij voorzetten juiste bezetting voor de goal; gestaffeld komen (1e paal-2e paal etc)
  • Aanspeelbaar met een man in de rug; speel in op terugspeelbeen.
  • Voorste linie bij balbezit tegenstander zolang mogelijk nuttig blijven.
  • Actie  reactie!!! Als 1 speler wat doet moet een ander daarop reageren!!
  • Bij 1:1 met de keeper: Als je op het laatst van richting veranderd en vervolgens tegendraads inschiet staat de keeper op het verkeerde been
  • Scharnier, de spits leren om de tegenstander als scharnier te gebruiken